ECLI:NL:HR:1997:AA2164
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Blaart Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing op verkoopwinst aandelen beleggingsinstelling ondanks deelnemingsvrijstelling
X B.V. werd voor het jaar 1988 aangeslagen in de vennootschapsbelasting over een belastbaar bedrag van ƒ 1.200.680,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot ƒ 1.194.214,--. X B.V. had in 1983 aandelen gekocht in B B.V., die als beleggingsinstelling werd aangemerkt en haar vermogen belegde in rentespaarbrieven. In 1987 verkocht B B.V. deze beleggingen met aanzienlijke winst.
In 1988 verkocht X B.V. haar belang in B B.V. en behaalde een boekwinst waarvan een deel betrekking had op resultaten uit de periode dat B B.V. nog een beleggingsinstelling was. X B.V. stelde dat deze winst onder de deelnemingsvrijstelling viel en dus niet belast mocht worden. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat het voordeel belastbaar was als meeverkocht dividend of omdat het voortkwam uit de beleggingsinstellingperiode.
De Hoge Raad oordeelde dat het standpunt van X B.V. dat B B.V. geen beleggingsinstelling was in de jaren tot 1988 niet houdbaar was. Ook verwierp de Hoge Raad het beroep dat de deelnemingsvrijstelling ten onrechte niet was toegepast, omdat het voordeel voortkwam uit de periode dat B B.V. als beleggingsinstelling werd aangemerkt, waarop de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is. Het cassatieberoep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen; de belastingheffing over de verkoopwinst wordt bevestigd.