ECLI:NL:PHR:2012:BY1244
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing van compartimentering bij wetswijziging deelnemingsvrijstelling
De zaak betreft de toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting en de vraag of de compartimenteringsleer ook geldt bij wetswijziging. X BV hield aandelen in buitenlandse vennootschappen die in 2007 dividend uitkeerden. De deelnemingsvrijstelling was in 2006 niet van toepassing, maar weer wel vanaf 2007.
De Rechtbank had geoordeeld dat de compartimenteringsleer ook geldt voor dividenden en dat deze leer niet alleen geldt bij wijziging van omstandigheden, maar ook bij wetswijziging. De belanghebbende stelde dit aan de orde in cassatie en voerde aan dat de leer niet geldt bij wetswijziging en niet voor dividenden.
De Procureur-Generaal concludeerde dat bij afwezigheid van geschreven overgangsrecht de wet onmiddellijk werkt en dat compartimentering bij wetswijziging niet aan de orde is. Ook wees hij op conflicten met de EU-moeder-dochterrichtlijn bij compartimentering van dividenden na wetswijziging.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep gegrond. De dividenden zijn vrijgesteld op grond van de deelnemingsvrijstelling zoals die in 2007 gold, zonder compartimentering. De zaak wordt zelf afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en beslist dat de deelnemingsvrijstelling zonder compartimentering geldt voor de ontvangen dividenden.