ECLI:NL:HR:1997:AA3181
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking aftrek verhuiskosten bij vergoeding door werkgever
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 60.967. Na bezwaar handhaafde de inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de aanslag verminderde tot een belastbaar inkomen van ƒ 54.467. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
In de procedure werd vastgesteld dat belanghebbende, verplicht door zijn werkgever te verhuizen, de kosten van het overbrengen van de inboedel volledig vergoed kreeg en daarnaast een vergoeding van ƒ 6.500 ontving voor overige verhuiskosten. Belanghebbende bracht een aftrek van ƒ 6.562 in mindering, waarvan de inspecteur slechts ƒ 1.754 erkende, het verschil tussen het wettelijk maximaal aftrekbare bedrag van ƒ 8.254 en de vergoeding.
Het hof oordeelde dat het niet vergoede deel van de verhuiskosten aftrekbaar was tot het maximale bedrag, maar de Hoge Raad stelde vast dat de aftrek niet hoger kan zijn dan het verschil tussen het genormeerde bedrag en de vergoeding. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bevestigde de uitspraak van de inspecteur.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en bepaalde dat het griffierecht aan de Staatssecretaris wordt terugbetaald. Dit arrest werd op 1 juli 1997 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van de inspecteur en vernietigt het arrest van het hof over de aftrek van verhuiskosten.