ECLI:NL:HR:1997:AA3190
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt feitelijk gebruik woning tijdens verbouwing voor onroerendgoedbelasting
Belanghebbende kocht in 1992 een woning die na oplevering werd verbouwd. De verbouwing was op 1 januari 1993 gereed, maar de woning was toen nog niet gemeubileerd en niet metterwoon betrokken. De gemeente Haarlem legde een aanslag onroerendgoedbelasting op op basis van feitelijk gebruik.
De belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag, maar dit werd door het Hoofd van de afdeling Financiën gehandhaafd. Het Gerechtshof vernietigde de aanslag en de uitspraak van het Hoofd. De gemeente stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad stelde vast dat de vraag centraal stond of de woning op 1 januari 1993 feitelijk werd gebruikt in de zin van de Verordening onroerendgoedbelastingen 1992. De Hoge Raad oordeelde dat ook tijdens verbouwing met het oog op bewoning sprake is van feitelijk gebruik door de koper. Daarmee was het oordeel van het Hof onjuist en werd het beroep van de gemeente gegrond verklaard.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, bevestigde de uitspraak van het Hoofd en bepaalde dat de gemeente een bedrag van ƒ 150,-- terugbetaald krijgt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de woning tijdens verbouwing op 1 januari 1993 feitelijk werd gebruikt, vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de aanslag van het Hoofd.