ECLI:NL:RBMNE:2022:4655
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: gebruiker is belastingplichtig voor rioolheffing tijdens verbouwing woning
Eiser maakte bezwaar tegen een aanslag rioolheffing voor het belastingjaar 2019 voor zijn woning, omdat deze in dat jaar nog niet bewoonbaar zou zijn geweest vanwege de verbouwing. Hij stelde dat keuken, wc en badkamer pas in 2020 waren geïnstalleerd en dat het waterverbruik in 2019 het gevolg was van een lekkage.
De rechtbank beoordeelde eerst of eiser als gebruiker van de woning kon worden aangemerkt. Hierbij werd aangesloten bij de Verordening rioolheffing 2019 van de gemeente Bunnik en jurisprudentie van de Hoge Raad, die stelt dat een eigenaar die een bestaande woning verbouwt met het oog op bewoning ook tijdens de verbouwing als gebruiker geldt, zelfs als de woning nog niet is betrokken.
Vervolgens werd vastgesteld dat eiser belastingplichtig is omdat hij gebruikmaakt van het perceel waar water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Het waterverbruik tijdens de verbouwing was noodzakelijk en de hoogte van de aanslag is niet afhankelijk van de hoeveelheid water, waardoor een lekkage geen invloed heeft.
De rechtbank concludeerde dat de aanslag terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslag rioolheffing 2019 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.