ECLI:NL:HR:1997:AA3199
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Vorming vervangingsreserve voor gerealiseerde goodwill bij verkoop deel onderneming
Belanghebbende exploiteerde een schoenreparatiebedrijf met meerdere vestigingen en verkocht in 1990 één vestiging inclusief zelfgekweekte goodwill. De Inspecteur corrigeerde de aangifte door de boekwinst op de goodwill niet te erkennen als aftrekpost en kwalificeerde deze als stakingswinst.
Het Gerechtshof vernietigde deze correctie en oordeelde dat geen sprake was van staking van een deel van de onderneming, maar van een voortzetting met een nieuwe vestiging. Het Hof stelde dat de gerealiseerde goodwill als bedrijfsmiddel kan worden aangemerkt en dat belanghebbende een vervangingsreserve mag vormen.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in, stellende dat zelfgekweekte goodwill niet als bedrijfsmiddel kan worden aangemerkt en dat de vorming van een vervangingsreserve niet mogelijk is bij verkoop van een zelfstandig deel van een onderneming. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de fiscale kwalificatie van goodwill als bedrijfsmiddel beslissend is, niet de civielrechtelijke overdraagbaarheid.
De Hoge Raad oordeelde dat de vorming van een vervangingsreserve mogelijk is, mits voldaan wordt aan de voorwaarden, en dat er geen vervanging heeft plaatsgevonden omdat geen vergoeding voor goodwill is betaald bij de aankoop van de nieuwe vestiging. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de aanslagvermindering van het Hof bevestigd.