ECLI:NL:HR:1997:AA3218
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt regels over aftrek zakelijke autokosten en telefoonkosten bij inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 113.095,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 112.939,--. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris stelden cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat de kosten verbonden aan het houden van een eigen auto in principe privé-uitgaven zijn, behalve voor zover zij zakelijk zijn gebruikt. Het Hof had terecht de aftrek van autokosten beperkt tot het zakelijke gebruik naar verhouding van gereden kilometers. Verder wees de Hoge Raad het standpunt af dat hogere autokosten vanwege ziekte als ziektekosten aftrekbaar zouden zijn.
Ten aanzien van de zakelijke telefoonkosten stelde belanghebbende dat 75% van de totale kosten aftrekbaar was, conform een eerder door de Inspecteur gevolgde gedragslijn. Het Hof had echter geoordeeld dat het vergelijkingscriterium van artikel 35 lid 1 tweede Pro volzin van de Wet niet van toepassing is op zakelijke telefoonkosten. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het middel van de Staatssecretaris.
De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en bevestigde de uitspraak van het Hof, waarmee beide cassatieberoepen werden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen en bevestigt de uitspraak van het Hof waarbij de aftrek van autokosten en zakelijke telefoonkosten is beperkt tot het zakelijke deel zonder toepassing van het vergelijkingscriterium op telefoonkosten.