ECLI:NL:HR:1997:AA3221
Hoge Raad
- Cassatie
- Urlings
- Zuurmond
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert aanslag inkomstenbelasting na cassatie en vernietiging hofuitspraak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1985 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 39.470,--, welke na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd en vervolgens ambtshalve werd verminderd tot ƒ 39.140,--.
Na beroep vernietigde de Hoge Raad in 1993 het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem. Dit hof handhaafde de aanslag zoals verminderd door de Inspecteur. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat de rente die rentedragend bij de hoofdsom van een geldlening wordt gevoegd niet als verrekend kan worden beschouwd in de zin van artikel 38 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964, en verwierp dit middel. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het hof ten onrechte niet had meegewogen dat belanghebbende in 1985 betaalde kosten van geldleningen van ƒ 1.650,-- in mindering gebracht moesten worden.
De Hoge Raad stelde het belastbare inkomen vast op ƒ 37.490,-- en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van belanghebbende, waaronder vergoeding van griffierecht en kosten voor rechtsbijstand.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de aanslag inkomstenbelasting tot een belastbaar inkomen van ƒ 37.490,-- en veroordeelt de Staatssecretaris in proceskosten.