ECLI:NL:HR:1997:AA3233
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aanslag inkomstenbelasting 1993 ondanks bezwaar over huishoudelijke hulp en huurwaardering
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 23.836,--. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het bezwaar eveneens verwierp.
In cassatie werden klachten ingebracht tegen het oordeel van het Hof over de aftrek van kosten voor huishoudelijke hulp en de forfaitaire huurwaardering van het door belanghebbende bewoonde huis. Het Hof had geoordeeld dat slechts ƒ 942,-- van de kosten voor huishoudelijke hulp als buitengewone lasten in aanmerking kon worden genomen, omdat een deel van de kosten ook door niet-zieken wordt gemaakt. Tevens werd het belastbaar inkomen verhoogd met de helft van de forfaitaire huurwaarde, omdat belanghebbende een huurprijs betaalde die lager was dan de normale huur.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat de waardering van de bewijsmiddelen aan het Hof was voorbehouden. Ook het opwerpen van een nieuw geschilpunt door de Inspecteur tijdens de zitting werd niet als procesrechtelijke schending aangemerkt. Het cassatieberoep werd daarom verworpen. De Hoge Raad kende geen proceskosten toe en bepaalde dat het door belanghebbende gestorte bedrag voor vervanging van de mondelinge uitspraak werd terugbetaald.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting 1993 blijft gehandhaafd.