ECLI:NL:HR:1997:AA3239
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over belastbaar inkomen en proceskosten in inkomstenbelastingzaak 1988
Belanghebbende, eigenaar van een platenzaak, kreeg voor het jaar 1988 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd, maar nog steeds een desinvesteringsbijtelling bevatte. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en stelde een lager belastbaar inkomen vast.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofsoordeel. De Hoge Raad oordeelde dat het pand dat tot het ondernemingsvermogen behoorde terecht ultimo 1987 tot het ondernemingsvermogen werd gerekend en dat de onderneming medio januari 1988 is gestaakt. Deze feitelijke oordelen werden niet vernietigd.
Het hof had de proceskostenveroordeling van de Inspecteur beperkt wegens het late en gedeeltelijke slagen van belanghebbende in het geding, maar de Hoge Raad stelde dat dit geen bijzondere omstandigheid is om af te wijken van de normering in het Besluit proceskosten fiscale procedures. Daarom vernietigde de Hoge Raad dit deel van het oordeel en bepaalde dat de Inspecteur de proceskosten moet vergoeden.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten in cassatie en het hofproces, waarbij de Staat als rechtspersoon verantwoordelijk is voor de kosten bij het hof. Het arrest werd op 5 februari 1997 uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofsoordeel over proceskosten en veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.