ECLI:NL:HR:1997:AA3241
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting wegens onjuiste vervangingsreserve bij onteigening landbouwgrond
Belanghebbende, een landbouwbedrijf, kreeg voor het boekjaar 1989-1990 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met heffingsrente. Zij had in 1989 een deel van haar eigen landbouwgrond verkocht en onteigend gekregen, waarvoor zij een vervangingsreserve vormde. In 1990 kocht zij landbouwgrond die zij reeds in gebruik had.
De Inspecteur verrekende deze aankoop als vervanging van de onteigende grond, waardoor een deel van de vervangingsreserve werd verminderd en heffingsrente werd geheven. Belanghebbende stelde dat de aankoop geen vervanging was omdat de grond al in gebruik was en de bedrijfseconomische functie niet veranderde.
Het Hof volgde de Inspecteur, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aankoop geen vervanging was en dat de vervangingsreserve daarom in stand moest blijven. De aanslag werd verminderd en de beschikking heffingsrente vernietigd. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd en de heffingsrente vernietigd omdat de aangekochte grond geen vervanging vormt van de onteigende grond.