ECLI:NL:HR:1997:AA3264
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrekbaarheid onderhoudskosten monumentenpand bij inkomstenbelasting
Belanghebbende, eigenaar van een monumentenpand, had voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gekregen op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 77.377,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot nihil, omdat het Hof oordeelde dat de werkzaamheden aan het pand niet leidden tot een radicale vernieuwing maar tot herstel van het pand in bruikbare staat.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad beoordeelde of de kosten van de werkzaamheden als aftrekbare onderhoudskosten konden worden aangemerkt of als stichtingskosten van een nieuwe bron van inkomen. Het Hof had geoordeeld dat het beslissend was of de werkzaamheden het pand herstelden en de achteruitgang opheften, ongeacht de samenvoeging van bronnen.
De Hoge Raad verwierp het middel van de Staatssecretaris en bevestigde dat de kosten aftrekbaar zijn als onderhoudskosten. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris in de proceskosten van belanghebbende voor de cassatieprocedure. Het arrest werd op 24 september 1997 uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en de aftrekbaarheid van de onderhoudskosten wordt bevestigd.