ECLI:NL:PHR:2013:BX6651
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen omzetbelasting bij verbouwing zonder in wezen nieuwbouw
Deze zaak betreft de vraag of de levering van appartementen in een pand dat is verbouwd van kantoorruimte naar woonappartementen, onderworpen is aan omzetbelasting. De verbouwing bestond uit het strippen van twee verdiepingen, het slopen van tussenmuren en het toevoegen van voorzieningen, maar zonder ingrijpende wijzigingen aan de bouwkundige constructie zoals vloeren, plafonds en dikke muren. De appartementen werden vervolgens geleverd aan particulieren.
De Rechtbank oordeelde dat de verbouwing leidde tot vervaardiging van nieuwe onroerende zaken, waardoor omzetbelasting verschuldigd was. Het Hof kwam echter tot het oordeel dat geen sprake was van vervaardiging van nieuwe onroerende zaken omdat de verbouwing niet had geleid tot in wezen nieuwbouw. Het Hof baseerde zich op jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Hoge Raad, waarin vervaardiging wordt uitgelegd als het voortbrengen van een goed dat tevoren niet bestond, en dat dit bij onroerende zaken betekent dat in wezen nieuwbouw moet hebben plaatsgevonden.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het Hof, maar de Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond. De Hoge Raad bevestigde dat de toets voor vervaardiging het gehele pand betreft en niet de afzonderlijke appartementen, die weliswaar fysiek gescheiden en zelfstandig exploitabel zijn, maar geen zelfstandige bouwwerken vormen. De verbouwing was niet zodanig ingrijpend dat de bouwkundige identiteit van het pand was verdwenen. De uitspraak van het Hof was voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat de verbouwing niet heeft geleid tot vervaardiging van nieuwe onroerende zaken en dat de levering van de appartementen daarom vrijgesteld is van omzetbelasting. Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat geen omzetbelasting verschuldigd is omdat geen in wezen nieuwbouw heeft plaatsgevonden.