ECLI:NL:HR:1997:AA3273
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek buitenlandse bronbelasting in vennootschapsbelasting 1989
Belanghebbende, X B.V., verwierf in 1989 aandelen in een Australische vennootschap die dividend uitkeerde waarop 15% Australische bronbelasting werd ingehouden. X B.V. bracht dit dividend onder aftrek van de ingehouden bronbelasting in mindering op de boekwaarde van de aandelen.
Het geschil betrof de vraag of op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Australië en de Nederlandse wetgeving aanspraak bestond op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting van deze ingehouden bronbelasting. Het Hof Arnhem bevestigde de aanslag vennootschapsbelasting en wees de aftrek af.
De Hoge Raad overwoog dat het verdrag niet toestaat dat een dividend dat op de boekwaarde van aandelen in mindering wordt gebracht, leidt tot een vermindering van de Nederlandse belasting. Tevens werd geoordeeld dat de Australische bronbelasting niet als kosten van onderneming kan worden aangemerkt voor aftrek, mede vanwege beperkingen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Daarmee werd het cassatieberoep verworpen en bleef de aanslag ongewijzigd. De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de weigering van aftrek van de Australische bronbelasting.