ECLI:NL:PHR:2007:BA4815
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over belastingverdragen en voorkoming dubbele belasting in driehoeksgevallen
Deze zaak betreft een fiscale geschil over de toepassing van belastingverdragen in zogenaamde driehoeksgevallen, waarbij een Nederlandse vennootschap met een vaste inrichting in België passieve inkomsten uit derde landen geniet. De kernvraag was of Nederland belastingverdragsrechtelijk verplicht is bronheffingen uit Italië, Brazilië en Mexico te verrekenen met de Nederlandse vennootschapsbelasting, terwijl België voor de vaste inrichting tax sparing credits verleent.
Het Hof had geoordeeld dat geen verrekening in Nederland plaatsvindt, omdat België de fictieve bronheffing reeds verreent. De belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte geen rekening hield met verschillen in verdragsformuleringen en de volgorde van toepassing van verdragen.
De Hoge Raad bevestigt de lijn uit het arrest HR BNB 2002/184 dat verrekening in Nederland niet plaatsvindt als Nederland feitelijk geen belasting heft over de aan de vaste inrichting toerekenbare winst. Dit oordeel geldt ongeacht of het voorkomingsmechanisme objectvrijstelling, belastingvrijstelling of belastingverrekening betreft. Ook de volgorde van toepassing van verdragen is niet relevant voor het uiteindelijke belastingvoordeel.
De Hoge Raad benadrukt dat de strekking van de voorkomingsbepalingen is te voorkomen dat Nederland meer belastingvermindering verleent dan het zelf aan belasting heft over het inkomen. Dit betekent dat bronheffingen die door de vaste inrichting worden gecompenseerd in de heffing van de vaste inrichtingstaat, niet nogmaals in Nederland kunnen worden verrekend. De zaak bevestigt de teleologische interpretatie van belastingverdragen en de noodzaak van samenhangende toepassing van verdragen om dubbele belasting te voorkomen zonder onbedoelde belastingvoordelen.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van het Hof dat geen verrekening van de buitenlandse bronheffingen plaatsvindt in Nederland voor de jaren 1996 en 1997.
Uitkomst: Het beroep van de belanghebbende wordt ongegrond verklaard en geen verrekening van buitenlandse bronheffingen vindt plaats in Nederland.