ECLI:NL:HR:1997:AA3294
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij bewoning met wilsrecht
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd wegens het verschil in waarde tussen de boerderij in vrij opleverbare staat en in bewoonde staat. De boerderij was eerder ingebracht in een maatschap en later aan belanghebbende toegewezen met een notariële akte waarin een wilsrecht van de ouders op bewoning was vastgelegd.
Na bezwaar en beroep bij het hof werd de naheffingsaanslag gehandhaafd. Het hof oordeelde dat de ouders de woning krachtens gedogen bewoonden en dat het wilsrecht niet tot een lagere waarde in het economische verkeer leidde. Belanghebbende stelde in cassatie dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had, maar de Hoge Raad verwierp dit.
De Hoge Raad bevestigde dat het wilsrecht en de feitelijke bewoning door de ouders geen invloed hadden op de waardebepaling voor de overdrachtsbelasting. De bekendheid van de meestbiedende gegadigde met het wilsrecht was zonder betekenis. Het beroep werd verworpen en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting blijft gehandhaafd.