ECLI:NL:HR:1997:AA3295
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake middellijke winstuitdeling en navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1988
Belanghebbende werd aanvankelijk aangeslagen voor een belastbaar inkomen van f 54.853 over 1988. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd van f 83.853 met een verhoging van 100%, waarvan de helft werd kwijtgescholden. Het Hof vernietigde deze navorderingsaanslag.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat sprake was van een middellijke winstuitdeling door B B.V. via de houdstervennootschap C B.V. aan belanghebbende. B B.V. had geen preferent dividend uitgekeerd, waardoor zij zich zou hebben verarmd en de houdstervennootschappen verrijkt. Het Hof oordeelde echter dat de winst jaarlijks werd gereserveerd conform de statuten van F B.V., zodat geen resterende winst beschikbaar was voor dividenduitkering.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom er geen sprake was van middellijke winstuitdeling. Gelet op de statutaire bevoegdheden van B B.V. als meerderheidsaandeelhouder was het Hof niet voorbij mogen gaan aan de mogelijkheid dat B B.V. het dividendbesluit kon beïnvloeden. Daarom werd het arrest vernietigd en verwezen naar het Hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling.
De Hoge Raad wees een veroordeling in proceskosten af en stelde het arrest op 19 november 1997 vast.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het Gerechtshof Amsterdam.