ECLI:NL:HR:1997:AA3315
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over kostenegalisatiereserve voor asbestverwijdering
Belanghebbende kreeg voor 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 35.055. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat hij in de komende jaren aanzienlijke kosten zou moeten maken voor het verwijderen en vervangen van asbesthoudende dakbedekking en wanden van een machineberging.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende een kostenegalisatiereserve mocht vormen voor deze toekomstige kosten op grond van artikel 13 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het Hof oordeelde dat de kosten niet werden veroorzaakt door de bedrijfsuitoefening in het betreffende jaar en wees de reserve af.
De Hoge Raad stelde vast dat kosten voor asbestverwijdering, die niet leiden tot een verhoogde nutsprestatie of verlenging van de levensduur, in het jaar van uitgave ten laste van de winst mogen worden gebracht. Een kostenegalisatiereserve kan echter worden gevormd indien aan voorwaarden wordt voldaan, zoals aanzienlijke kosten en redelijke zekerheid dat deze zich zullen voordoen.
Omdat het Hof een andere opvatting huldigde, vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Hof 's-Hertogenbosch voor herbeoordeling. Tevens werden proceskostenvergoedingen aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak voor herbeoordeling naar het Hof 's-Hertogenbosch.