ECLI:NL:HR:1997:AA3344
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing forfaitaire afschrijving op niet-ondernemingswinkelpand
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premievolksverzekeringen over 1992, waarbij geen afschrijving werd toegestaan op een winkelpand dat zijn echtgenote in 1974 uit een nalatenschap had verkregen.
De afschrijving was berekend op basis van de actuele waarde van het pand, dat niet tot het ondernemingsvermogen behoorde. De Inspecteur wees de afschrijving af, hetgeen door het Hof werd bevestigd.
In cassatie voerde belanghebbende aan dat op grond van artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten de forfaitaire afschrijvingsregeling van artikel 7 van Pro de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990 ook op winkelpanden met een levensduur van ten minste 40 jaar zou moeten worden toegepast.
De Hoge Raad verwierp dit betoog omdat de forfaitaire regeling specifiek is bedoeld voor woningen in de privé-sfeer en niet voor winkelpanden, en dat het ontbreken van een dergelijke regeling voor winkelpanden geen verboden discriminatie oplevert.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de forfaitaire afschrijvingsregeling niet van toepassing is op niet-ondernemingswinkelpanden.