ECLI:NL:HR:1997:AA3353
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof Amsterdam over deelnemingsvrijstelling vennootschapsbelasting 1990
De zaak betreft een beroep in cassatie van X B.V. tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam die de aanslag vennootschapsbelasting over 1990 bevestigde. X B.V. had na beëindiging van haar overige activiteiten uitsluitend deelgenomen aan het stock-option plan van E B.V. door certificaten van aandelen te kopen van werknemers.
Het Hof oordeelde dat het bezit van deze certificaten niet als een deelneming kon worden aangemerkt omdat X B.V. geen onderneming dreef en geen organisatie van kapitaal en arbeid had. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en stelt dat de activiteiten van X B.V. een beschermingsfunctie vervulden ten behoeve van E B.V. en dat het houden van de certificaten in de lijn ligt van de normale uitoefening van die onderneming.
De Hoge Raad acht de deelnemingsvrijstelling van artikel 13 Wet Pro op de vennootschapsbelasting 1969 van toepassing op de winst uit de verkoop van de certificaten. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de Inspecteur niet aan zijn akkoordverklaring gebonden is vanwege het onthouden van relevante informatie door X B.V. De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 21.566,--.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en wijst de Staat aan als de partij die de kosten voor het Hof moet vergoeden. Het arrest is op 29 oktober 1997 gewezen door de vice-president Jansen en raadsheren Bellaart, Van der Putt-Lauwers, Van Brunschot en Meij.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting 1990 tot ƒ 21.566,-- met toepassing van de deelnemingsvrijstelling.