ECLI:NL:HR:1998:AA2273
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak Hof inzake heffingsrente bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende was voor het jaar 1990 aanvankelijk aangeslagen op een belastbaar inkomen van f 403.393, waarvan een deel belast werd tegen een bijzonder tarief van 20%. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd met toepassing van een hoger bijzonder tarief van 45% op hetzelfde deel van het inkomen. Tegelijkertijd werd een beschikking heffingsrente opgelegd.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de navorderingsaanslag en de heffingsrente, maar dit werd door de Inspecteur en het Hof bevestigd. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat belanghebbende de vergissing in de primitieve aanslag kende, mede door de betrokkenheid van zijn belastingadviseur. Dit oordeel is feitelijk en wordt in cassatie niet getoetst. Wel stelt de Hoge Raad vast dat de navorderingsaanslag niet in afwijking van de aangifte is vastgesteld, zodat het in rekening brengen van heffingsrente onjuist is.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het oordeel van het Hof en de Inspecteur voor zover het de heffingsrente betreft. Tevens wordt bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën het in cassatie betaalde griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden.
De Hoge Raad acht geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en benadrukt dat kosten voor fiscale tijdschriften niet als proceskosten worden vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel over de heffingsrente en bepaalt dat deze niet geheven kan worden bij een navorderingsaanslag die niet afwijkt van de aangifte.