ECLI:NL:HR:1998:AA2300
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing passivering schadeclaim in vennootschapsbelasting 1989
Belanghebbende X B.V. kreeg voor het jaar 1989 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd. De kern van het geschil betrof de vraag of X B.V. een bedrag van f 529.211,-- mocht passiveren voor een schadeclaim van F B.V. en de daarmee gemoeide advocaatkosten.
Het Hof oordeelde dat er ultimo 1989 geen rechtsbetrekking bestond tussen D B.V. en E die zou leiden tot vrijwaring van de schadeclaim en kosten, en weigerde de passivering. Dit oordeel was feitelijk en niet onbegrijpelijk, waardoor cassatie daarop niet slaagde.
Een tweede middel betrof het ontbreken van motivering door het Hof over het bewijsaanbod van belanghebbende, maar de Hoge Raad vond dat het bewijsaanbod slechts bestond uit herhaling van reeds afgelegde verklaringen, en het Hof dit naar eigen inzicht mocht beoordelen.
De Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie en legt geen proceskosten op. Het arrest is op 30 september 1998 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de passivering van de schadeclaim en advocaatkosten.