ECLI:NL:HR:1998:AA2384
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak inzake toepassing stakingsfaciliteiten en vervangingsreserve bij praktijkoverdracht dierenarts
Belanghebbende, een dierenarts, had voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gekregen over een belastbaar inkomen van ƒ 125.530,--. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende had zijn praktijk aan de b-straat overgedragen aan een collega en zich schriftelijk verbonden deze praktijk te staken en zich niet te vestigen in een bepaald gebied.
Het hof oordeelde dat de vervangingsreserve niet toegepast kon worden omdat het praktijkgedeelte in het nieuwe pand een andere functie vervulde dan het verkochte patiëntenbestand. Ook werd geoordeeld dat de stakingsfaciliteiten niet van toepassing waren omdat de onderneming economisch gezien hetzelfde bleef. Dit laatste oordeel achtte de Hoge Raad onbegrijpelijk gezien het feit dat in het nieuwe pand minder omzet werd behaald door het opbouwen van een nieuw patiëntenbestand.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof, met uitzondering van de beslissing omtrent het griffierecht, en verwees de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling met toepassing van stakingsfaciliteiten.