ECLI:NL:HR:1998:AA2423
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over ondernemerschap commanditaire vennoot in belastingzaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 50.854,--, welke na bezwaar en beroep bij het hof werd bevestigd. De kern van het geschil betrof de vraag of de huisgenote van belanghebbende, die commanditair vennoot werd in een commanditaire vennootschap (CV), als ondernemer in de zin van artikel 6 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moet worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat sprake was van een gedeeltelijke staking van de onderneming door de inbreng in de CV, maar verwierp dat de huisgenote als ondernemer kon worden beschouwd, omdat de winstverdeling en liquidatiebepalingen volgens het hof onrealistisch waren en de huisgenote slechts een redelijke honorering voor haar kapitaaldeelname kreeg.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de huisgenote niet als ondernemer moest worden aangemerkt, terwijl artikel 15 lid 2 van Pro de vennootschapsakte haar recht geeft op de helft van het liquidatie-overschot. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het hof te Amsterdam voor een nadere beoordeling. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het ondernemerschap van de huisgenote.