ECLI:NL:HR:1998:AA2444
Hoge Raad
- Cassatie
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dividendvrijstelling en strijd met vrij verkeer van kapitaal en vestiging in Europese Unie
In deze zaak is voor het jaar 1991 aan belanghebbende een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen waarin dividenduitkeringen op buitenlandse aandelen niet waren vrijgesteld. Belanghebbende had aandelen in een Belgische vennootschap verworven via een werknemersspaarplan, waarop dividend werd uitgekeerd. De dividendvrijstelling in de Nederlandse wetgeving was beperkt tot dividenden van in Nederland gevestigde vennootschappen. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigde de aanslag en oordeelde dat deze beperking in strijd was met het EG-Verdrag betreffende het vrije verkeer van kapitaal en vestiging.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het Hof. De Hoge Raad analyseerde de wettelijke regeling, de achtergrond van de dividendvrijstelling en de relevante bepalingen van het EG-Verdrag en de daarop gebaseerde richtlijnen. De Raad concludeerde dat de zaak niet kon worden beslist zonder nadere uitleg van het Europese recht en stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De vragen betreffen onder meer de uitleg van Richtlijn 88/361/EEG en de artikelen 6, 52 en 73D van het EG-Verdrag, met betrekking tot de rechtmatigheid van een nationale regeling die dividendvrijstelling beperkt tot Nederlandse aandelen en de mogelijke indirecte discriminatie van buitenlandse aandeelhouders. De Hoge Raad schorst de procedure totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt de procedure aan en stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het EG-recht betreffende de dividendvrijstelling.