ECLI:NL:HR:1998:AA2447
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Hof over afschrijving bedrijfsgebouw en bewijslastverdeling in inkomstenbelastingzaak
Belanghebbende, mede-aandeelhouder en bestuurder van een BV, voerde in zijn cassatieberoep aan dat het Hof ten onrechte een vermoeden had aangenomen dat het bedrijfsgebouw in 1991 geen bron van inkomen voor hem was als bloot eigenaar. Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende tegenover dit vermoeden niet aannemelijk had gemaakt dat hij redelijkerwijs inkomsten uit het gebouw mocht verwachten.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof dit vermoeden op juiste gronden mocht aannemen en dat het oordeel over het ontbreken van aannemelijkheid van toekomstige inkomsten niet in cassatie kan worden getoetst, omdat het een waardering van feiten en omstandigheden betreft. Ook het middel dat klaagt over een onjuiste bewijslastverdeling faalt.
De Hoge Raad wijst het beroep af en acht geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is op 18 februari 1998 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen, het oordeel van het Hof dat belanghebbende geen afschrijving mag aftrekken blijft in stand.