ECLI:NL:HR:1998:AA2514
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep Staatssecretaris inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende was in eerste aanleg aangeslagen voor een belastbaar inkomen van ƒ181.791 over het jaar 1990. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ859.775 en een verhoging van 100% op de nagevorderde belasting, zonder kwijtschelding van deze verhoging. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de navorderingsaanslag en de uitspraak van de Inspecteur vernietigde.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Het cassatieberoep werd door belanghebbende bestreden. De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op ƒ4.260 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het arrest werd op 13 mei 1998 door de Hoge Raad vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en de navorderingsaanslag blijft vernietigd.