ECLI:NL:HR:1998:AA2515
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting vennootschap onder firma na overlijden vennoot
Belanghebbende, een vennootschap onder firma (vof), kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode van 2 januari 1990 tot en met 31 december 1992. Na het overlijden van een vennoot op 2 juli 1991 werd de onderneming voortgezet door de overgebleven vennoot als eenmanszaak, zonder dit aan de Inspecteur te melden. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde de naheffingsaanslag en de Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat het heffingssysteem van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet toestaat dat omzetbelasting die verschuldigd is door twee verschillende ondernemers via één naheffingsaanslag wordt nageheven, ook niet als de voortzetting onder dezelfde naam en hetzelfde omzetbelastingnummer plaatsvindt. De aanslag is daarom ten onrechte opgelegd aan de vennootschap onder firma voor het tijdvak na het overlijden van de vennoot.
Het cassatiemiddel dat de Inspecteur mocht vertrouwen op de schijn gewekt door belanghebbendes gedrag werd verworpen omdat de Inspecteur bekend was met het boekenonderzoek waarin de voortzetting als eenmanszaak was vermeld. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd aan de vennootschap onder firma is vernietigd omdat de omzetbelasting na het overlijden van een vennoot door een andere ondernemer werd verschuldigd.