ECLI:NL:HR:1998:AA2521
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verboden discriminatie bij fiscale oudedagsreserve voor buitenlandse belastingplichtigen
Belanghebbende, een Belgische fysiotherapeut die in Nederland winst uit onderneming geniet, werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting waarbij het vormen van een fiscale oudedagsreserve niet werd toegestaan. Na bezwaar en beroep stelde het Hof prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de verenigbaarheid van deze regeling met het EG-Verdrag.
Het Hof van Justitie oordeelde dat het Nederlandse systeem, dat binnenlandse belastingplichtigen het recht geeft een oudedagsreserve te vormen maar dit recht ontzegt aan buitenlandse belastingplichtigen die hun inkomen in Nederland verdienen, in strijd is met artikel 52 EG Pro-Verdrag. Het Hof stelde dat dit verschil in behandeling niet gerechtvaardigd kan worden door het feit dat uitkeringen uit de oudedagsreserve in de woonstaat worden belast.
De Hoge Raad bevestigde deze interpretatie en verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris. De Hoge Raad benadrukte dat het Nederlandse belastingstelsel de samenhang tussen aftrekbaarheid van toevoegingen en belastbaarheid van afnemingen van de oudedagsreserve ook nationaal kan waarborgen en dat het onderscheid tussen ingezetenen en niet-ingezetenen niet noodzakelijk is. De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris tevens tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het Nederlandse belastingstelsel buitenlandse belastingplichtigen discrimineert door hen het vormen van een oudedagsreserve te ontzeggen.