ECLI:NL:HR:1998:AA2525
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over fiscale behandeling kantoorruimte in privéwoning architect
Belanghebbende, een architect, gebruikte een naast zijn woonhuis gelegen pand deels als woonruimte en deels als bedrijfsruimte. De Inspecteur corrigeerde de aangifte inkomstenbelasting 1992 door onder meer een huurwaardeforfait voor de bedrijfsruimte in het inkomen te brengen en bepaalde dat kosten zoals energie en schoonmaak niet aftrekbaar waren.
Het Hof Leeuwarden bevestigde deze correcties en kwalificeerde de bedrijfsruimte als kantoorruimte binnen de woning in de zin van artikel 8b Wet IB 1964, waardoor aftrek van kosten werd uitgesloten. Belanghebbende stelde in cassatie dat het pand niet als kantoorruimte in zijn woning kon worden aangemerkt omdat het een afzonderlijk woonhuis betrof.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip kantoorruimte in artikel 8b Wet IB 1964 beperkt moet worden uitgelegd en dat een geheel pand dat deels als woning en deels als praktijkruimte wordt gebruikt, niet zonder meer als kantoorruimte in de woning kan worden aangemerkt. Hierdoor was de aanslag te hoog vastgesteld. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de aanslag van de Inspecteur, en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 38.586,-. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 38.586,-.