ECLI:NL:HR:1998:AA2538
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag wegens kantoorruimte in woning fysiotherapeute
Belanghebbende, een zelfstandig werkzame fysiotherapeute, werd voor het jaar 1990 aangeslagen op een belastbaar inkomen van ƒ 40.862,-. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op van ƒ 42.953,-, welke door het hof werd bevestigd. Het geschil betrof de aftrek van kosten voor de kantoorruimte in de woning en de rechtmatigheid van de navordering.
Het hof oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat zij geen kantoorruimte in de gehuurde praktijkruimte had, maar dat zij ook niet aannemelijk had gemaakt dat zij haar winst grotendeels in of vanuit de kantoorruimte in haar woning verwierf, mede op basis van het aantal uren dat zij in de verschillende ruimtes werkte. De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte het urencriterium hanteerde en dat het criterium "in of vanuit" kantoorruimte niet afhankelijk is van het aantal uren.
Verder concludeerde de Hoge Raad dat de navordering niet gebaseerd was op een nieuw feit, aangezien de Inspecteur bij de primitieve aanslag al beschikte over de relevante gegevens. De uitspraak van het hof en de navorderingsaanslag werden vernietigd en verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 41.622,-. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 41.622,- en de uitspraak van het hof wordt vernietigd.