ECLI:NL:HR:1998:AA2552
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting door verliesverrekening en formele aanslagtermijn
In deze zaak stond centraal of een verlies geleden in 1991 door een dochtervennootschap binnen een fiscale eenheid met X B.V. in mindering gebracht kon worden op de belastbare winst van 1989, terwijl over 1988 geen tijdige aanslag was opgelegd door ambtelijk verzuim. De Inspecteur had de aanslag over 1989 verminderd, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en stelde een lagere aanslag vast.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat verliesverrekening met een jaar waarover geen aanslag was opgelegd niet geoorloofd was. De Hoge Raad bevestigde dat de Inspecteur terecht had geweigerd het verlies van 1991 te verrekenen met de belastbare winst van 1989, omdat de formele aanslagtermijn was verstreken en een navordering niet mogelijk was.
De Hoge Raad benadrukte het belang van rechtszekerheid en de formele regels omtrent aanslagoplegging, en dat verliesverrekening slechts mogelijk is binnen het kader van een geldige aanslag. De uitspraak bevestigt dat verliesverrekening niet kan leiden tot navordering buiten de wettelijke termijnen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, behoudens het griffierecht, en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de weigering van de Inspecteur om het verlies van 1991 te verrekenen met de winst van 1989 vanwege het ontbreken van een tijdige aanslag over 1988.