ECLI:NL:HR:1998:AA2557
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt winstbeoogde aard motor- en autorijschool voor omzetbelasting
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die een motor- en autorijschool drijft, had over het derde kwartaal van 1992 omzetbelasting betaald en hiertegen bezwaar gemaakt. De Inspecteur weigerde teruggaaf, wat door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch werd bevestigd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat het begrip 'winstbeoogdheid' in de Wet op de omzetbelasting 1968 en het Uitvoeringsbesluit 1968 moet worden uitgelegd volgens het spraakgebruik, namelijk het streven naar opbrengst boven de kosten. Het hof had geoordeeld dat de firmanten, die samen ongeveer 4.000 uur per jaar aan de rijschool besteedden en geen ander arbeidsinkomen hadden, duidelijk winst beoogden door hun onderneming.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het oordeel over de winstbeoogdheid een waardering van feitelijke aard betrof die in cassatie niet kan worden getoetst. Het beroep op een genormeerde arbeidsbeloning faalde, evenals het beroep op artikel 13.A van de Zesde Richtlijn, omdat het onderwijs niet valt onder privélessen in het school- of universitair onderwijs.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee bleef de uitspraak van het hof in stand dat geen teruggaaf van omzetbelasting wordt verleend.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de motor- en autorijschool winst beoogt, waardoor geen teruggaaf van omzetbelasting wordt verleend.