ECLI:NL:PHR:2000:AA5677
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor sportvereniging bij diensten aan niet-leden en winstbeoogdheid
De zaak betreft een golfvereniging die ook niet-leden tegen betaling (dagcontributie) toegang verleent tot haar golfbaan en faciliteiten. De vraag is of deze diensten aan niet-leden vrijgesteld zijn van omzetbelasting op grond van art. 11, lid 1, onderdeel f Wet OB 1968, waarbij de voorwaarde geldt dat geen winst wordt beoogd.
De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op omdat hij oordeelde dat de vereniging wel degelijk winst beoogde met de diensten aan niet-leden en dat er sprake was van concurrentie met belaste ondernemers. Het Hof Amsterdam oordeelde dat de winstbeoogdheid moest worden beoordeeld over de gehele organisatie en niet alleen over de specifieke prestaties aan niet-leden. Het Hof concludeerde dat de vereniging systematisch exploitatieoverschotten behaalde en dus winst beoogde, en wees het beroep af.
De Hoge Raad stelt dat de winstbeoogdheid moet worden beoordeeld op het niveau van de specifieke prestaties die voor vrijstelling in aanmerking komen, niet op de gehele organisatie. Omdat het Hof dit niet heeft onderzocht, vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de winstbeoogdheid van de diensten aan niet-leden. Daarbij moet ook worden onderzocht welke kosten aan deze activiteiten toegerekend kunnen worden, waarbij alleen extra kosten door toelating van niet-leden in aanmerking komen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de winstbeoogdheid van de diensten aan niet-leden.