ECLI:NL:HR:1998:AA2558
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt fiscale eenheid en naheffingsaanslag omzetbelasting ondanks geschil over lidmaatschap
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit meerdere B.V.'s, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor het tijdvak 1 januari tot 25 april 1990 vanwege niet betaalde facturen door F B.V. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de verhoging kwijtgescholden, maar de naheffingsaanslag gehandhaafd.
De kern van het geschil betrof de vraag of F B.V. vanaf 1 maart 1990 nog deel uitmaakte van de fiscale eenheid. Belanghebbende stelde dat dit niet het geval was, mede omdat F B.V. een eigen omzetbelastingnummer kreeg en haar directeuren werden ontslagen. Het Hof oordeelde echter dat F B.V. organisatorisch verweven bleef met de fiscale eenheid tot 25 april 1990, en dat het ontslag van directeuren niet betekende dat het bestuur feitelijk zelfstandig was.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof, waarbij werd benadrukt dat het verstrekken van een eigen omzetbelastingnummer niet automatisch het einde van de fiscale eenheid betekent. Ook werd geoordeeld dat het Hof terecht geen nader feitelijk onderzoek verrichtte naar de feitelijke ondergeschiktheid van de directeuren. Het cassatieberoep werd verworpen en de naheffingsaanslag bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat F B.V. tot 25 april 1990 deel uitmaakte van de fiscale eenheid en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.