ECLI:NL:HR:1998:AA2605
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen aftrek voor kwijtschelding lening aandeelhouder aan eigen BV
Belanghebbende, financieel directeur en aandeelhouder van een BV, verstrekte in 1990 een achtergestelde lening aan zijn BV. In 1991 werd een deel vervroegd afgelost en het restant kwijtgescholden in het kader van een sanering, waarbij hij ook zijn aandelen verkocht. Het geschil betrof de vraag of de kwijtschelding aftrekbare kosten opleverde voor de inkomstenbelasting.
Het Hof oordeelde dat de lening was verstrekt vanuit de aandeelhoudersrelatie, maar dat de kwijtschelding niet tot aftrek kon leiden omdat de werkelijke waarde van de vordering ten tijde van kwijtschelding nihil was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep in cassatie.
De Hoge Raad overwoog dat indien de kwijtschelding was gedaan om de dienstbetrekking te behouden, de waarde van de prijsgegeven vordering aftrekbaar zou kunnen zijn, maar dit was niet aan de orde omdat de economische waarde nihil was. Het bewijsaanbod van belanghebbende was irrelevant. De Hoge Raad wees ook proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat geen aftrekbare kosten bestaan bij kwijtschelding van een lening met nihil economische waarde.