ECLI:NL:PHR:2000:AA7257
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van schadevergoeding wegens bestuurdersaansprakelijkheid als aftrekbare last
Deze zaak betreft de fiscale kwalificatie van een schadevergoeding die een voormalig commissaris betaalde wegens bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. De belanghebbende stelde dat de schadevergoeding negatieve inkomsten uit arbeid vormde, dan wel een aftrekbare kost of last was. De staatssecretaris betwistte dit en stelde dat de betaling buiten de inkomenssfeer viel en niet aftrekbaar was.
De Hoge Raad bevestigt dat er een voldoende causaal verband bestaat tussen de schadevergoeding en de fictieve dienstbetrekking van de commissaris. Vervolgens wordt de schadevergoeding niet als negatieve inkomst aangemerkt omdat het nadeel niet in omgekeerde richting als voordeel kan voorkomen. Wel kwalificeert de betaling als een op de inkomsten drukkende last, die aftrekbaar is volgens artikel 35 Wet Pro IB 1964.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de criteria voor negatieve inkomsten en aftrekbare lasten, waarbij wordt vastgesteld dat lasten geen finaal verband met de inkomstenbron behoeven en dat de omvangs- en vergelijkingscriteria niet van toepassing zijn op lasten. Ook de kosten van juridische bijstand in verband met de aansprakelijkstelling worden als aftrekbare lasten erkend. Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen en het beroep van de belanghebbende wordt als niet-ontvankelijk beschouwd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de betaalde schadevergoeding aftrekbaar is als last en geen negatieve inkomst vormt.