Uitspraak
[geboorteplaats]op [geboortedatum] 1970, wonende te [woonplaats] , ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting ‘’De Oosterhoek’’ te Grave.
Het proces-verbaal van de politie Brabant Zuid-Oost/Afd. HWE/Helmond West, dossiernummer PL2215/95-000683B, dossierpagina 026, in de wettelijke vorm op 21 april 1995 opgemaakt, voor zover dit – zakelijk weergegeven – inhoudt:
verbalisanten:
Het onder 1 vermelde proces-verbaal, dossierpagina’s 002 en 003, in de wettelijke vorm op 13 september 1995 opgemaakt, voor zover dit – zakelijk weergegeven – inhoudt:
verbalisanten:
Het als bijlage bij het hiervoor onder 1 vermelde proces-verbaal gevoegde proces-verbaal van de politie Brabant Zuid-Oost/Afd. HCE/Technische recherche, mutatienummer PL 2213/95-217205, dossierpagina 030 en volgende, in de wettelijke vorm op 4 september 1995 opgemaakt, voor zover dit – zakelijk weergegeven – inhoudt:
verbalisanten:
Het als bijlage bij het onder 1 vermelde proces-verbaal gevoegde proces-verbaal van de politie Brabant Zuid-Oost/Afd. EGE/Eindhoven met mutatienummer PL2205/95-009826, dossierpagina 115, in de wettelijke vorm op 4 maart 1995 opgemaakt, voor zover dit – zakelijk weergegeven – inhoudt:
verbalisanten:
Een als bijlage 4A bij het onder 1 genoemde proces-verbaal gevoegd afschrift van een akte van overlijden, dossierpagina 116, op 16 maart 1995 afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand Helmond, welke akte – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt dat op 28 februari 1995 te Helmond is overleden [slachtoffer 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1936.
Een als bijlage 4B bij het onder 1 genoemde proces-verbaal gevoegd afschrift van een akte van overlijden, dossierpagina 117, op 16 maart 1995 afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand Helmond, welke akte – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt dat op 28 februari 1995 te Helmond is overleden [slachtoffer 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943, gehuwd geweest met [betrokkene 6] .
Een proces-verbaal van getuigenverhoor op 2 oktober 1995 in de strafzaak tegen [verdachte] door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch, voorzover dit – zakelijk weergegeven – inhoudt:
getuige [betrokkene 2]aan de rechter-commissaris:
Een rapport nummer 95-099/R024 van het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie van het Ministerie van Justitie, in de wettelijke vorm op 2 juni 1995 opgemaakt door [betrokkene 7] , arts en patholoog, voor zover dit inhoudt:
rapporteur:
Een rapport nummer 95-100/V013 van het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie van het Ministerie van Justitie, in de wettelijke vorm op 6 april 1995 opgemaakt door [betrokkene 8] , arts en patholoog, voor zover dit inhoudt:
rapporteur:
Het van het onder 1 vermelde proces-verbaal deeluitmakende proces-verbaal met mutatienummer PL2209-95-009830, dossierpagina 260, in de wettelijke vorm op 3 maart 1995 opgemaakt, voor zover dit – zakelijk weergeven – inhoudt:
[betrokkene 5], wonende te [woonplaats] , aan de desbetreffende verbalisanten:
Het van het onder 1 vermelde proces-verbaal deeluitmakende proces-verbaal met mutatienummer PL2215/95-009826, dossierpagina 180, in de wettelijke vorm op 26 juli 1995 opgemaakt, met als bijlage een printlijst van de telefoonaansluiting 04927-63926 van de woning [woonplaats] , voor zover dit proces-verbaal – zakelijk weergegeven en in onderling verband met de printlijst gelezen – inhoudt:
verbalisanten:
Het van het onder 1 vermelde proces-verbaal deeluitmakende proces-verbaal met mutatienummer PL2215/95-009830, dossierpagina 370, in de wettelijke vorm op 5 maart 1995 opgemaakt, voor zover dit – zakelijk weergegeven – inhoudt:
[betrokkene 9], op 5 maart 1995 afgelegd aan de desbetreffende verbalisanten:
Het van het onder 1 vermelde proces-verbaal deeluitmakende proces-verbaal met mutatienummer PL2218/95-009830, dossierpagina 342, in de wettelijke vorm op 13 april 1995 opgemaakt, voor zover dit – zakelijk weergegeven – inhoudt:
[betrokkene 10], wonende te [woonplaats] aan de [b-straat 1] , aan de desbetreffende verbalisanten:
De verklaring van de getuige [betrokkene 10] ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover deze – zakelijk weergegeven – inhoudt:
Het hiervoor onder 3 genoemde proces-verbaal, dossierpagina 053, voor zover dit – zakelijk weergegeven – inhoudt:
[betrokkene 4]aan de desbetreffende verbalisant:
De verklaring van de getuige-deskundige [betrokkene 4] ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover deze – zakelijk weergegeven – inhoudt:
De verklaring van de deskundige [betrokkene 11] ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover deze – zakelijk weergegeven – inhoudt:
het achterste gedeelte van de hak nooit op de grond komt. Het ontbreken van dit gedeelte is ook te zien op schoenspoor 4’’.
Bij de door mij onderzochte laarzen heb ik dezelfde afwijkingen aangetroffen als de afwijkingen die ik heb geconstateerd naar aanleiding van de door mij onderzochte schoensporen’’ wordt met ‘’dezelfde afwijkingen’’ bedoeld dat de afwijkingen aan de schoensporen en de afwijkingen aan de binnenzolen van de laarzen corresponderen met dezelfde voetafwijkingen. De voetafwijkingen zijn (vooral) 1) de ‘’type holvoet’’; 2) de zwevende laterale rand van de rechter voorvoet; en 3) de relatief kleine belasting van de rechter hak’’.
Daarbij is het looppatroon altijd zo dat de persoon grote passen maakt. Ongeveer 10% van de bevolking heeft dezelfde loopafstand en houding als iemand met het type holvoet, doch niet dezelfde afdruk’’.
Dit duidt over het algemeen op holvoeten.
Ik heb zoveel overeenkomsten aangetroffen dat het uitgesloten is dat iemand anders dan [verdachte] die sporen heeft gezet. Het is niet mogelijk dat de sporen van iemand anders afkomstig zijn.
De verklaring van de getuige-deskundige [betrokkene 3] ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover deze – zakelijk weergegeven – inhoudt:
De verklaring van de deskundige [betrokkene 11] ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover deze – zakelijk weergegeven – inhoudt:
De beschreven metingen maken op mij een zorgvuldige indruk. De interpretatie van de schoensporen is minder overtuigend’’, terwijl de nieuwe tekst in mijn tweede verslag luidt: ‘’
De beschreven metingen maken op mij een zorgvuldige indruk’’. De opmerking met betrekking tot de interpretatie van de schoensporen heb ik in dat verslag weggelaten, omdat ik na afloop van het mondeling overleg met [betrokkene 3] meer overtuigd was.
Een rapport, zaaknummer 95.03.06.009, met bijlagen, van het gerechtelijk laboratorium van het Ministerie van Justitie, in de wettelijke vorm op 5 september 1995 opgemaakt door een viertal gerechtelijk deskundigen, voor zover dit inhoudt:
[betrokkene 12]:
- Licht tot midden grijsbruine, egaal gepigmenteerde, gebogen tot golvende haren;
- Midden grijsbruine, puntvormig gepigmenteerde, gebogen tot golvende haren;
- Midden grijsbruine, egaal tot puntvormig gepigmenteerde, gebogen tot golvende haren met een verloop naar licht geelbruin in de richting van de top.
Het van het onder 1 vermelde proces-verbaal deeluitmakende proces-verbaal met mutatienummer PL2215/95-217205, dossierpagina 284, in de wettelijke vorm op 23 mei 1995 opgemaakt, voor zover dit – zakelijk weergegeven – inhoudt:
[betrokkene 13]aan de desbetreffende verbalisanten:
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover deze – zakelijk weergegeven – inhoudt:
- dat ik nooit in het bezit ben geweest van Bata-schoenen,
- dat ik wel in het bezit ben geweest van Bata-schoenen, maar daarover gelogen heb om mijn broer [betrokkene 15] te beschermen,
- dat ik op 14 of 15 februari 1995 de schoenen heb achtergelaten bij Beckers in Deurne,
- dat ik op 28 februari 1995 wel in het bezit was van de Bata-schoenen en dat ik deze op donderdag 9 maart te 22.30 uur opzettelijk bij Beckers heb achtergelaten en op mijn sokken naar huis ben gegaan, omdat ik door een ‘’dikke inpakster’’ aldaar gezien was,
- dat ik de schoenen weggedaan heb omdat ik zenuwachtig was geworden vanwege het onderzoek; dat ik in de ‘’AKTUEEL’’ gelezen had dat het om Bata-schoenen ging, later dat ik dit gehoord had en weer later dat ik dit mij zelf had aangepraat.
- de door verdachte afgelegde verklaringen over de slechte relatie die hij met het slachtoffer [slachtoffer 2] had;
- het onderzoek naar de op de plaats van het delict aangetroffen schoenafdrukken in bloed van werkschoenen Bata Nature, het gangspoor en het vergelijkende onderzoek van de schoenafdrukken en de loop van verdachte, zoals naar voren gekomen uit de rapporten en verklaringen van de getuigen-deskundigen [betrokkene 4] en [betrokkene 3] in samenhang met de onderzoeksverslagen en de verklaring ter terechtzitting van de deskundige [betrokkene 11] ;
- het feit dat verdachte, na aanvankelijk leugenachtige verklaringen daaromtrent te hebben afgelegd, heeft toegegeven dat hij op 28 februari 1995 werkschoenen Bata Nature in zijn bezit had en geen redelijke verklaring heeft gegeven voor het zich ontdoen van die schoenen op een tijdstip waarop het aan buitenstaanders nog niet bekend was dat de op de plaats van het delict aangetroffen schoensporen afkomstig waren van schoenen van dit merk en type;
- de conclusie in het rapport van het gerechtelijk laboratorium met betrekking tot de op het horloge van het slachtoffer [slachtoffer 2] aangetroffen haar, dat niet uit te sluiten is dat deze haar van verdachte afkomstig is, mits bij de verdachte ten tijde van het misdrijf hoofdharen aanwezig waren die een chemische behandeling (bleking) hadden ondergaan, in samenhang met de verklaring van Der Kinderen over de haarbehandeling van verdachte in november 1994;
- het tijdvak waarbinnen de misdrijven zijn gepleegd, te weten op 28 februari 1995 tussen 19.12 uur (toen getuige [betrokkene 5] voor het laatst telefonisch contact had met [slachtoffer 2] in haar woning) en ongeveer 20.30 uur (toen getuige [betrokkene 5] opnieuw naar de woning van [slachtoffer 2] belde, maar de telefoon niet werd opgenomen, terwijl [betrokkene 9] heeft verklaard dat zij [slachtoffer 2] voor dat tijdstip bij zich thuis verwachtte, maar [slachtoffer 2] niet gekomen is);
- de verklaring van de getuige [betrokkene 10] dat hij verdachte op 28 februari 1995 om 19.48 uur ter hoogte van het pand [b-straat 2] te Helmond heeft zien lopen.
aRO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of van de rechtsontwikkeling.
27 januari 1998.