ECLI:NL:HR:1999:AA2658
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op volledige teruggaaf omzetbelasting composteringsinstallatie gemeente
Belanghebbende, een gemeente, exploiteerde een installatie voor het composteren van plantsoen- en tuinafval waarbij 40% van het groenafval werd aangeleverd door omliggende gemeenten en 60% door de gemeente zelf. De gemeente verkocht een deel van de geproduceerde compost aan derden en gebruikte het grootste deel voor eigen doeleinden. De exploitatie was verlieslatend en de gemeenten droegen bij in de kosten, waarover omzetbelasting werd geheven.
De Inspecteur verleende aanvankelijk gedeeltelijke teruggaaf van omzetbelasting, maar handhaafde later zijn beschikking na bezwaar. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigde deze uitspraak en kende volledige teruggaaf toe. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat de gemeente niet optreedt als overheid in de zin van het specifieke juridische regime, maar als ondernemer conform artikel 7 lid 1 Wet Pro op de omzetbelasting 1968. Het feit dat de gemeente zelf een groot deel van het groenafval leverde en de compost grotendeels voor eigen gebruik aanwendde, doet hieraan niet af. De Hoge Raad bevestigde dat alle handelingen in het kader van de exploitatie van de composteringsinstallatie als belastbare prestaties gelden en dat volledige aftrek van omzetbelasting toekomt.
Het cassatieberoep werd verworpen en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten. Hiermee werd de uitspraak van het Hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en volledige teruggaaf van omzetbelasting aan de gemeente bevestigd.