ECLI:NL:HR:1999:AA2669
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Monné
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie loon uit dienstbetrekking bij vergoeding voor medegebruik werkkamer
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een Management-BV, gebruikte een werkkamer in zijn eigen woning mede voor beroepswerkzaamheden. De Management-BV kende hem daarvoor een jaarlijkse vergoeding toe. De Inspecteur handhaafde de aanslag inkomstenbelasting over 1994 op basis van een belastbaar inkomen van f 74.894, maar het Hof verminderde deze aanslag tot een belastbaar inkomen van f 71.294.
In cassatie stelde belanghebbende dat het voordeel uit het medegebruik van de werkkamer niet als loon uit dienstbetrekking, maar als inkomsten uit vermogen moest worden beschouwd. De Hoge Raad verwierp deze klacht en bevestigde dat het voordeel als loon moet worden aangemerkt, mede gelet op de rangorderegeling in de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Daarnaast klaagde belanghebbende dat het Hof geen oordeel had gegeven over een vermeende ongelijke behandeling van gelijke gevallen, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit geen grond voor cassatie oplevert. Er is geen schending van het EVRM vastgesteld. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vergoeding voor het medegebruik van de werkkamer als loon uit dienstbetrekking moet worden aangemerkt.