ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ7858
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastinggeschil over niet-aangegeven voordelen uit tuinonderhoud, dienstauto en woningverbouwing
Belanghebbende, voormalig directeur van een invloedrijke organisatie, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en aanslagregelingen over de jaren 1996 tot en met 1999. De inspecteur stelde dat belanghebbende voordelen uit niet of te laag gefactureerd tuinonderhoud, een transactievoordeel bij de overname van zijn dienstauto en een te laag betaalde verbouwing van zijn woning niet had aangegeven.
Het hof onderzocht onder meer het tuinonderhoud door Park BV, waarbij urenstaten en verklaringen van betrokkenen aannemelijk maakten dat belanghebbende minder betaalde dan de werkelijke waarde, wat een belastbaar voordeel opleverde. Ook werd vastgesteld dat de dienstauto voor een bedrag ruim onder de marktwaarde werd overgenomen, en dat het privégebruik van de auto niet volledig was aangegeven. Daarnaast werd de verbouwing van de woning aan de W-weg besproken, waarbij belanghebbende een lager bedrag betaalde dan de werkelijke kosten, wat eveneens een voordeel opleverde.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat hij contant had betaald voor tuinonderhoud en dat de verbouwing door zijn zoon was geregeld. Het hof achtte deze verklaringen onvoldoende en concludeerde dat de voordelen als inkomen uit arbeid moesten worden aangemerkt en dat de vereiste aangiften niet waren gedaan. Tevens werd vastgesteld dat de inspecteur niet tijdig uitspraak had gedaan op bezwaar over 1999, waardoor belanghebbende recht had op proceskostenvergoeding.
Het hof verwierp het verweer dat de werkgever de fiscale gevolgen van de auto-overname zou dragen en benadrukte dat belanghebbende zelf verplicht was de voordelen aan te geven. De vastgestelde voordelen werden in de navorderingsaanslagen betrokken, met correcties op de aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 1996 tot en met 1999.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende voordelen uit tuinonderhoud, dienstauto en woningverbouwing niet heeft aangegeven, wat leidt tot navorderingsaanslagen en correcties over 1996-1999.