ECLI:NL:HR:1999:AA2680
Hoge Raad
- Cassatie
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting 1988-1991
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor de omzetbelasting over de jaren 1988 tot en met 1991, bestaande uit een belastingbedrag en een verhoging. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag en weigerde kwijtschelding van de verhoging. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet leiden tot cassatie. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de aangevoerde middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Ook werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest werd op 10 februari 1999 door de raadsheren Van Brunschot, Van Vliet en Hammerstein vastgesteld en in het openbaar uitgesproken. Hiermee blijft de naheffingsaanslag ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft in stand.