ECLI:NL:HR:1999:AA2680

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33653
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Van Brunschot
  • Van Vliet
  • Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting 1988-1991

Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor de omzetbelasting over de jaren 1988 tot en met 1991, bestaande uit een belastingbedrag en een verhoging. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag en weigerde kwijtschelding van de verhoging. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet leiden tot cassatie. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de aangevoerde middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Ook werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

Het arrest werd op 10 februari 1999 door de raadsheren Van Brunschot, Van Vliet en Hammerstein vastgesteld en in het openbaar uitgesproken. Hiermee blijft de naheffingsaanslag ongewijzigd van kracht.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft in stand.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 11 juli 1997 betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is over het tijdvak 1988 tot en met 1991 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van f 8.952,-- aan enkelvoudige belasting en f 2.004,-- aan verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd, met het besluit geen verdere kwijtschelding van de verhoging te verlenen. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen ´s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van de middelen van cassatie De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 10 februari 1999 vastgesteld door de raadsheer Van Brunschot als voorzitter, en de raadsheren Van Vliet en Hammerstein, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.