ECLI:NL:HR:1999:AA2688
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Beukenhorst
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep Staatssecretaris tegen vermindering aanslag inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 236.911,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof Amsterdam. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van f 209.071,--.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Het centrale geschilpunt betrof de uitleg van de term 'meer dan bijkomstig' in artikel 27, lid 10, van de Wet op de loonbelasting 1964. De Staatssecretaris voerde aan dat deze term naast een relatief ook een absoluut criterium bevatte.
De Hoge Raad verwierp dit betoog en bevestigde dat 'bijkomstig' in deze context een relatieve betekenis heeft, verwijzend naar een gedeelte van het loon. De geschiedenis van de wetsbepaling gaf geen aanleiding tot een absolute interpretatie. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt vermindering van de aanslag inkomstenbelasting 1994.