ECLI:NL:RBBRE:2011:BP3420
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. de Werd
- D. Hund
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht en vrijstelling vennootschapsbelasting voor kunstcentrum met subsidies
Belanghebbende exploiteert een kunstcentrum met publieksgerichte activiteiten, waaronder theater, film en zaalverhuur, gefinancierd via subsidies, donaties en recettes. De horeca-activiteiten zijn ondergebracht in een aparte vennootschap. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende met een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid deelneemt aan het economische verkeer en winststreven heeft, ondanks de ontvangen subsidies.
Belanghebbende kan geen beroep doen op het subsidiebesluit omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat behaalde overschotten overeenkomstig subsidievoorwaarden moeten worden besteed of terugbetaald. Ook voldoet zij niet aan het hoofdzakelijkheidscriterium. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende geen vrijgesteld lichaam is, omdat het belastbaar bedrag de grenzen van het Vrijstellingsbesluit overschrijdt.
Verder kan belanghebbende geen herbestedingsreserve vormen voor verliezen per project, omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat per project verlies wordt verwacht. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vermindert de navorderingsaanslag en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten. Het beroep wordt toegewezen met een vermindering van het belastbaar bedrag tot € 11.677.
Uitkomst: Belanghebbende is belastingplichtig voor vennootschapsbelasting, geen vrijgesteld lichaam, en de navorderingsaanslag wordt verminderd tot € 11.677.