ECLI:NL:HR:1999:AA2690
Hoge Raad
- Cassatie
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling leeftijdsgrens zelfstandigenaftrek in inkomstenbelasting niet in strijd met gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1993, waarbij een belastbaar inkomen van ƒ 244.562 werd vastgesteld. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de leeftijdsgrens van 65 jaar voor de zelfstandigenaftrek een verboden discriminatie inhoudt volgens artikel 26 IVBPR Pro.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest uit 1990 en oordeelt dat het Hof terecht dit standpunt verwierp. Ook het beroep dat de Resolutie van 1 juli 1988 in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de leeftijdsgrens van 65 jaar is opgenomen met het oog op het ontbreken van noodzaak voor oudere zelfstandigen om winst opzij te leggen.
Het tweede middel van belanghebbende wordt eveneens verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten en wijst het beroep af. Het arrest is op 3 maart 1999 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de leeftijdsgrens van 65 jaar voor de zelfstandigenaftrek is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel.