ECLI:NL:HR:1999:AA2695
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing over winst uit gebroken boekjaar bij verkoop melkquotum
Belanghebbende, die samen met zijn zoon een landbouw- en veeteeltbedrijf dreef, verkocht op 24 november 1989 hun melkquotum met een winst van f 489.318,--. De winst werd verdeeld en de helft kwam toe aan belanghebbende. Zijn boekjaren liepen van 1 mei tot en met 30 april, en hij staakte zijn onderneming per 30 april 1990.
De Inspecteur legde voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op, die na bezwaar werd verminderd tot een belastbaar inkomen van f 275.512,--. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat volgens artikel 20, lid 2, Wet op de inkomstenbelasting 1964, de winst over een gebroken boekjaar wordt toegerekend aan het kalenderjaar waarin het boekjaar eindigt. Omdat de winst uit de verkoop van het melkquotum in het gebroken boekjaar viel dat eindigde in 1990, was het terecht dat deze winst werd belast in 1990 tegen het vaste bijzondere tarief van 45%. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen.
De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en sprak het arrest uit op 3 maart 1999.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting over 1990 blijft gehandhaafd.