ECLI:NL:HR:1999:AA2704
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over winstuitdeling coöperatie in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een akkerbouwcoöperatie, kreeg voor het boekjaar 1990/1991 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar, maar het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur en verminderde de aanslag op basis van een certificatenregeling die belanghebbende had opgezet ten behoeve van haar leden.
Het hof oordeelde dat de toekenning van certificaten aan leden, gekoppeld aan een uitdeling van winst, een schuld voor belanghebbende vormde die slechts voor de contante waarde aftrekbaar was vanwege onzekerheid en het ontbreken van rentevergoeding. De Staatssecretaris en belanghebbende stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad overwoog dat het begrip uitdeling in de wet op de vennootschapsbelasting ziet op daadwerkelijke winstuitkeringen die het vermogen van de coöperatie verlaten en tot verarming leiden. De door belanghebbende geboekte winstuitdeling betrof echter geen daadwerkelijke uitkering, zodat de aftrek niet gerechtvaardigd was.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en bevestigde de aanslag van de inspecteur. De proceskosten werden niet aan een partij toegewezen. Het arrest werd op 17 maart 1999 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aanslag vennootschapsbelasting en vernietigt het arrest van het hof.