ECLI:NL:HR:1999:AA2711
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrekbaarheid onderhoudskosten na vaststelling verhuurwoning
Belanghebbende stelde een woning tot 1 januari 1994 om niet ter beschikking aan zijn moeder. In december 1993 werden onderhoudswerkzaamheden aan de woning verricht. Op 1 december 1993 sloten belanghebbende en zijn moeder een huurovereenkomst, ingaand per 1 januari 1994. De kosten van de werkzaamheden, betaald in januari 1994, werden in aftrek gebracht.
Het Gerechtshof Leeuwarden vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag inkomstenbelasting naar aanleiding van de aftrek van deze kosten. Het Hof oordeelde dat de onderhoudskosten in verband stonden met de toekomstige verhuur en daarom aftrekbaar waren, omdat de verhuurbestemming vóór het maken van de kosten was vastgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De Hoge Raad bevestigde dat het Hof terecht beslissend heeft geoordeeld dat de kosten zijn gemaakt nadat de verhuurbestemming was vastgesteld, waarmee de aftrekbaarheid werd gerechtvaardigd. Tevens werden geen proceskosten aan de Staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aftrekbaarheid van onderhoudskosten na vaststelling verhuurwoning.