ECLI:NL:HR:1999:AA2731
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Beukenhorst
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert naheffingsaanslag loonbelasting na cassatie
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over de periode 1991 tot en met 1994. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd, maar de Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de door het Hof toegepaste forfaitaire regeling voor woon-werkverkeer niet onverbindend is voor situaties waarin zes dagen per week wordt gereisd, omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de reiskosten per openbaar vervoer significant afwijken van de forfaitaire bedragen. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het Hof ten onrechte de hogere waarde van de aanspraken ingevolge de Ziekenfondswet inclusief het werknemersdeel van de premie had meegenomen bij de loonberekening.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur, en stelde de naheffingsaanslag lager vast dan het Hof had gedaan. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en werd belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed. Dit arrest werd op 21 april 1999 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de naheffingsaanslag loonbelasting over 1991-1994.