ECLI:NL:HR:1999:AA2751
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing overgangsregeling pensioenverplichtingen bij gebroken boekjaar
Belanghebbende, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, werd voor het boekjaar 1994/1995 aangeslagen in de vennootschapsbelasting op een belastbaar bedrag van ƒ 968.710,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigde deze uitspraak en verminderde de aanslag tot ƒ 853.634,--.
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de waardering van pensioenverplichtingen bij een gebroken boekjaar, waarbij de Inspecteur vond dat het actuariële stelsel per 1 januari 1995 moest worden toegepast, terwijl belanghebbende de lineaire methode had gehanteerd.
De Hoge Raad oordeelde dat de overgangsregeling zoals neergelegd in artikel 9b van de Wet op de inkomstenbelasting 1994 en de uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990, in samenhang met de parlementaire geschiedenis, inhoudt dat voor belastingplichtigen met een gebroken boekjaar de waarde van pensioenverplichtingen per het einde van het boekjaar 1994/1995 bevroren mag worden volgens de lineaire methode.
Het cassatieberoep van de Staatssecretaris faalt en wordt verworpen. Tevens wordt de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de aanslagvermindering door het hof wordt bevestigd.